Differentiëren met een routekaart (praktijkvoorbeeld)

Scheikundedocent Jurjen Draaisma van de leerlabschool Metameer (locatie Stevenbeek) geeft zijn les vorm met differentiatiemethoden om leerlingen van 4vwo meer zeggenschap te geven in waar, hoe en met wie ze leren. Draaisma legt uit hoe ze zelf keuzes kunnen maken met behulp van onder andere een routekaart, nieuwe vormen van contacturen en zelftoetsing.

Hoe ga je te werk?

“Het startpunt voor de leerlingen is de elektronische leeromgeving (ELO) en deze speelt dan ook de centrale rol in mijn lessen. Hier kan de leerling niet enkel een (digitale) planner vinden voor mijn vak, maar ook alle andere bronnen die hij/zij nodig kan hebben bij het werken aan scheikunde. De basis hierbij is de studiewijzer die als ‘routekaart’ voor de stof dient.”

 Wat houdt de routekaart in?

“Deze bevat een chronologische opsomming van ‘leeractiviteiten’ die een leerling kan uitvoeren om aan het eind van een periode een toets te maken. De leerling is zelf verantwoordelijk om (onder begeleiding) een keuze te maken in welke leeractiviteiten de leerling wel en welke hij/zij niet doet. Er gelden slechts twee harde eisen: de leerling sluit het hoofdstuk af met een toets en de leerling verdient een x aantal practicumpunten.”

Bekijk hier hoe de routekaart van docent Jurjen eruit ziet.

Hoe gaat de leerling hiermee aan de slag?

“Om het maken van keuzes voor leerlingen te begeleiden, maak ik gebruik van flipping the classroom, feedback/feed forward (d.m.v. formatief toetsen en zelfreflectie) en spelelementen als didactische werkvormen. Daarnaast heb ik meerdere activiteiten opgezet waarmee de leerlingen begeleid worden in het maken van keuzes waaronder nieuwe vormen van contacturen en de zelftoets.”

Wat gebeurt er tijdens de contacturen?

“Tijdens contacturen is het belangrijk dat de leerling voorbereid is en zich bewust is van het doel van het specifieke contactuur. De vormen die op dit moment gebruikt worden, zijn:
A) Een werkcollege, waar zelfstudieopgaven worden besproken en/of gemaakt;
B) Een themabijeenkomst, waar hogere orde discussies/uitleg over de stof plaatsvinden;
C) Een vragenuur, waarbij de leerling zelf de inhoud bepaalt.”

En wat houdt de zelftoets in?

“De zelftoets is formatief en leerlingen maken deze digitaal via de ELO twee a drie keer per periode. De computer geeft direct feedback. De leerling krijgt zo real-time inzicht in hoe goed hij/zij de stof al beheerst en kan zo bepalen of hij/zij meer of minder aandacht gaat besteden aan een specifiek onderwerp. Vervolgens kunnen leerlingen ervoor kiezen om een van de open leercentra in het schoolgebouw op te zoeken voor zelfstudie. Hier kunnen leerlingen naar eigen inzicht werken in een stilteruimte, een gedeelte voor fluisterend werken en een gedeelte voor groepswerken. Hierdoor hebben leerlingen invloed op waar, wanneer en met wie ze leren.”

Hoe wordt de methodiek ervaren?

“De les voorbereiden vinden ze nog raar, maar het is mooi om te zien dat leerlingen positief reageren en andere klassen ook aangeven dat ze zo willen werken. Hoewel het geheel door sommige leerlingen nog als eng wordt ervaren, vinden ze de meeste ‘losse onderdelen’ van de methodiek wel fijn. Ik moest zelf uiteraard ook wennen. Een valkuil voor mij was dat ik ook echt moest gaan flippen (the classroom). In het begin had ik de neiging om te veel te gaan uitleggen in de les (lees: de uitleg uit het filmpje herhalen, red).”

Wat is de vervolgstap?

“Op dit moment werk ik nog aan de hand van de leerlijn van de gebruikte methode en ook toetsing gebeurt nog op een vast moment vaak via een proefwerk. In de toekomst wil ik graag dat mijn leerlingen ook nog keuze hebben wat betreft ‘wat’ zij leren en ‘hoe’ zij een onderdeel afsluiten.”

Andere praktijkvoorbeelden differentiëren:

– met formatief toetsen
– met sterren
– met de busopstelling
– door de klas in te delen in groepen

Nog meer inspiratie over differentiëren

Geef een reactie